Er zijn in het dagelijkse leven zo van die kleine prikjes waarin de werkelijkheid heel even naast zijn vertrouwde, overzichtelijke kader valt. Het bijhorende gevoel, alsof je in een luchtbel zit waar een realiteit geldt die met daarbuiten niets van doen heeft. In haar autobiografische roman, The Bell Jar, beschrijft cultdichteres Sylvia Plath de uitgerekte beleving van een gelijkaardig fenomeen. Ze heeft het over de ijle lucht, the rarefied air onder een glazen stolp - in haar geval beschrijft ze hoe ze zich voelt in het diepst van haar depressies.